ÿþ<html> <head> <LINK href="css/vvp.css" type=text/css rel=stylesheet> <META NAME="GENERATOR" Content="Microsoft Visual Studio 6.0"> <TITLE>Regentessekerk Apeldoorn</TITLE> <META http-equiv=Content-Type content="text/html; charset=iso-8859-1"> <META content="MSHTML 5.50.4134.100" name=GENERATOR> </head> <body> <div> <h5>Stille Week en Pasen</h5> <p> De vespers zijn klaar. Met een grote groep mensen zijn we aan het voorbereiden geweest. Teksten, liederen, muziek. Het is uitgezocht en het ligt klaar. Klaar om stil te staan bij het grote lijden van deze wereld. Het lijden waaraan een einde komt met het grote feest van Pasen. De weerkerende cyclus. Volgend jaar zitten we hier weer. Maar we zijn niet fatalistisch. Wel reëel. Het kwaad dat in zoveel vormen tot ons komt is er. We kunnen onze ogen ervoor sluiten en net doen of het er niet is. Dat werkt voor een korte tijd. Maar we weten dat we onszelf voor de gek houden. Daarom is het goed in deze stille week ons te bezinnen op wat ons overkomt in het leven. Als wij in stille aandacht het lijden willen zien dan kunnen wij niet heen om het schrille van de spot en het harde van de schreeuwers die roepen: als je dan Gods zoon bent kom dan van dat kruis af. Als wij dat niet onder ogen zien dan verstoppen wij ons in onze kerkelijke cocon en noemen alleen de vrome woorden. Maar hoe kunnen wij ons inkeren en verstillen als in onszelf dat harde en schrille elke keer weer doorklinkt. Mijn God mijn God waarom hebt gij mij verlaten? Stem en tegenstem springen op in mij. Laat het klinken laat het horen hoe de wereld ons telkens weer bespringt en bespot. Wat het met ons doet. En dan kan in de stilte het grote wonder van Stille Week en Pasen tot ons komen. </p><h5>Mensen</h5><p> In de gemeente zijn we in gedachten bij mensen die zware tijden meemaken. Verdriet, onzekerheid. De bloemen uit de dienst gingen daarom naar twee van hen Karien en Ans. voor de zegen van de dienst sprak een gedicht uit dat ik in mijn auto heb liggen. Altijd bij mij op reis. In de meditatie ging het over Hagar die bij de bron Lachai Roi  de bron waar de Levende mij heeft gezien  aangesproken wordt door een engel. Zij is in de woestijn, zwanger van nieuw leven. Dat echter tevergeefs lijkt nu zij niet langer in de gemeenschap van Abram en Sarai gewenst is. De engel stelt haar de vraag: waar kom je vandaan en waarheen ga je? zo ziet de Eeuwig jou; met die vraag. Daardoor verander je, omdat je gezien en gekend bent in je radeloosheid en verdriet. Het gedicht is van Nicole  gekregen van Nel Maria eindigt met deze woorden </p> <p><i> laten we <br /> elkanders engel zijn<br /> elkander dragen<br /> in de mildheid<br /> van een stil gebaar<br /> het antwoord vinden<br /> in elkanders vragen<br /> bij d ander schuilen<br /> soms<br /> heel even maar<br /> elkanders vleugels vliegen<br /> in de vleugels<br /> van de eeuwigheid<br /> elkanders huilen<br /> als zegening bewaren<br /> in een bronv van stilte<br /> in liefde<br /> die bevrijdt<br /> laten we elkanders engel zijn.</i> </p> <p>ds Marianne Gaastra.</p> </div> <FONT FACE="Verdana, Arial, Helvetica" SIZE="1" COLOR=darkblue> <CENTER> © 2012, Vereniging van Vrijzinnige Protestanten (VVP) Apeldoorn.<BR><BR> Vragen over de site kunt u richten aan de <A href="webmaster.html"> Webmaster</A> </CENTER></FONT> </body> </html>